PARTICULIER BEHEER

   Als een rode draad loopt het door deze presentaties heen, de onderwerpen zijn toegesneden op particulier grondbezit.
   Het moge duidelijk zijn, landgoedeigenaren zijn individualisten. Zij hebben zich een taak gesteld die zij als een uitdaging opvatten. Een typisch kenmerk van een gegeven zoals dit is, dat in plaats van persoonlijk gewin in materiële zin na te streven (een landgoed is geen vetpot), genoegen wordt beleefd aan de (zelfbenoemde) functie van rentmeester over een waardevol stuk cultuurgoed.
    Is een landgoedeigenaar in zo'n positie te benijden? Degene die deze vraag stelt zou wel eens een wandelaar op een landgoed kunnen zijn, die uit eigen waarneming zou kunnen concluderen dat het antwoord zowel positief als negatief zal kunnen zijn, immers als die wandelaar nadenkt kan hij ook weten dat de kosten van beheer zoals onderhoud van opstallen, bossen en landschapselementen niet uit de opbrengsten bestreden kunnen worden en dat dus het bestaan van een aparte bron van inkomsten noodzakelijk is.
    De conclusie van de wandelaar zou kunnen zijn dat hij wel graag over die vermeende inkomstenbron zou willen beschikken, maar deze bron ook benutten voor het onderhoud van een landgoed? Nou nee, hij geniet immers al! Tevreden vervolgt hij zijn weg en neemt zich voor bij gelegenheid een gesprek met de eigenaar aan te knopen.

   Bos en Natuur, zeer gewilde producten
Dat bos en natuur maatschappelijk een grote populariteit genieten zal iedereen volmondig willen beamen, tegelijkertijd worden deze zaken economisch echter zeer ondergewaardeerd.
    Uitgezonderd degenen die hun landgoed al naar omstandigheden met enig succes als bedrijf kunnen exploiteren (d.m.v. vakantiehuisjes, campings, landgoedfairs, rondleidingen tegen betaling e.d.), moet het merendeel van de landgoedeigenaren prioriteiten stellen, hetgeen normaliter betekent dat beroepsactiviteiten worden ontplooid die volledig los staan van hun landgoed. Deze laatste behoort tot de categorie landgoederen zonder beduidend commerciële oogmerken, waarbij de houtteelt nog als het belangrijkste kan worden aangemerkt. Het mag echter genoegzaam bekend worden verondersteld dat houtteelt in Nederland niet lonend is, zodat voor een landgoed aan deze activiteiten geen bestaansrecht kan worden ontleend.

   Wie profiteert?
Vele "producten" van bos en natuur, schoon water, zuivere lucht en recreatiemogelijkheden staan geheel gratis ter beschikking, terwijl in economische zin anderen, voornamelijk horeca-ondernemers in zo'n gebied, volop van de toeloop van recreanten profiteren zonder enige vergoeding voor het beheer van landgoederen te betalen. Ook van door gemeenten geheven toeristenbelasting heeft een landgoedeigenaar geen enkel profijt.

   Wat de waterhuishouding betreft is de landgoedeigenaar een roepende in de "woestijn" als hij een vergoeding wenst voor het onttrekken van water t.b.v. de productie van drinkwater. Consumenten betalen minder voor drinkwater omdat de waterleidingmaatschappijen voor de zuivering van het grondwater minder kosten maken, terwijl de landgoedeigenaar met veel bosbezit wordt geconfronteerd met kosten als gevolg van verdroging. Dat deze niettemin voor zijn bossen wordt aangeslagen voor waterschapslasten in plaats een vergoeding voor deze schade te ontvangen valt niet uit te leggen.

   Houtoogst, traditie en CO2-binding
Traditiegetrouw zorgt de landgoedeigenaar voor continuïteit betreffende het aan hem toevertrouwde erfgoed; hij oogst hout door houtkap uit bos dat hij van zijn ouders erfde, terwijl hij voor nieuwe aanplant zorgt t.b.v. zijn nageslacht. Kennis en ervaring worden zo van generatie op generatie doorgegeven. Wat heeft CO2-binding hiermee te maken? Heel veel. Eén van de grillen van ecologen en daarin gevolgd door Natuurbeschermingsorganisaties (NBO's) is het moedwillig laten afsterven van volwassen bomen door deze te ringen, alsof er toch al geen door stormschade ontstane houtafval her en der in bossen verspreid ligt. Als er zo wordt getamboereerd op het aspect van CO2-binding door het planten van bomen heeft dit natuurlijk alleen maar zin als hout daadwerkelijk geoogst en benut wordt in plaats van dat dit in een rottingsproces, gelijk aan langzame verbranding weer in CO2 en water wordt omgezet. Een vergelijking kan gemaakt worden met het tropisch regenwoud waarvan het statische karakter in stand wordt gehouden door een constante factor, zijnde de eeuwig durende kringloop van leven en afsterven. Alleen de afvoer van hout voorkomt dat dit door verrotting weer tot z'n oorspronkelijke bouwstenen terugkeert, zodat er netto CO2-opname kan plaatsvinden. Een verstandige d.w.z. niet evenwicht verstorende houtoogst kan het voortbestaan van het regenwoud waarborgen.

   Opmerking Door eerst hout te benutten voor de fabricage van papier en pas daarna in die vorm of na verwerking te verbranden in elektriciteitscentrales zou dit een dubbele functie kunnen vervullen, waarvan één het leveren van een bijdrage aan de reductie van CO2-uitstoot.

    Natuurbeschermingsorganisaties
Gedurende de afgelopen halve eeuw zijn de erkende natuurbeschermingsorganisaties (NBO) een steeds belangrijkere rol gaan spelen. Ondersteund door ruime, door de overheid ter beschikking gestelde financiële middelen konden zij grote oppervlakken verwerven.
    Door deze activiteiten voor te stellen als het "veiligstellen" van bos en natuur, kon daarvoor een breed maatschappelijk draagvlak ontstaan, daarbij geholpen door een politieke constellatie waarbij aan de (semi)overheid een belangrijke taak in natuurbehoud werd toebedacht. (de maakbare samenleving)
    Door een als agressief ervaren verwervingstaktiek van NBO's worden gemengde gevoelens bij betrokken landeigenaren opgeroepen. Langzaam aan zien zij hun omgeving verworden tot een onpersoonlijke en dichtgetimmerde éénheidsworst. Het z.g.n. veiligstellen wordt ervaren als een gotspe, overwegende dat de overheid al betrekkelijk lange tijd geleden randvoorwaarden met rechten en niet in de laatste plaats met plichten voor de particuliere eigenaar heeft vastgelegd, geschraagd door een bescheiden fiscale tegemoetkoming.
Men denke daarbij aan de Natuurschoonwet van 1928, inhoudende openstelling voor het publiek maar ook aan instandhoudingsplicht en bezitseis gedurende 25 jaar. Dit laatste betekent het niet mogen vervreemden van zijn bezit op straffe van het moeten terugbetalen van een eertijds genoten fiscale tegemoetkoming. Van een kettingbeding waarbij genoemde instandhoudingsplicht door een mogelijke particuliere koper wordt overgenomen, zelfs als deze een nieuwe 25-jarige periode van instandhoudingsplicht accepteert kan geen sprake zijn. En als deze koper een NBO betreft? Natuurlijk de overheid discrimineert er lustig op los, in zo'n geval wordt de verkoper niet gestraft met het terugbetalen van een eertijds genoten fiscale tegemoetkoming.

   Los daarvan rust er een plicht tot herinplanten van bos na een houtoogst of grootschalige storm- of brandschade. Wat is er dan nog veilig te stellen voor bezit in particuliere handen?

   Het is duidelijk in strijd met de gangbare logica dat de particulier, die door eigen en diens voorgeslacht verrichte inspanning een algemeen gewaardeerd cultuurgoed heeft gecreëerd en beheert en zich daarmee persoonlijk verbonden voelt, t.o.v. NBO's niet als een gelijkwaardige wordt behandeld, niet over dezelfde subsidies kan beschikken maar wel moet opboksen tegen door de overheid ingestelde beperkingen en de gevolgen daarvan.

   Dat NBO's zich sieren met het predikaat "particulier" is volkomen onterecht, niet in de laatste plaats gezien de favoriete positie die de overheid hen toekent als het gaat om toewijzing aan hen van gronden in het kader van land(her)inrichtingsprojecten. Het komt neer op een sluipende annexatie van cultuurhistorisch particulier eigendom op kosten van belastingbetalers.

   Door de overheid zijn plannen opgesteld voor het creëren van "nieuwe" natuur in daarvoor bestemde gebieden, onderdeel vormend van de zogenoemde ECOLOGISCHE HOOFDSTRUCTUUR (EHS). Deze gebieden, niet toevallig kenmerkend voor door particuliere eigenaren vormgegeven landschappen worden bestemd om door Bureau Beheer Landbouwgronden (BBL) aangekochte te worden om deze om niet door te sluizen naar NBO's. Ten behoeve van deze geplande aankoop zijn al kaarten gefabriceerd van particuliere gronden met daarop aangegeven de te claimen gebieden voor aankoop door BBL.
   Waar mogelijk al dan niet aanliggende particulieren belangstelling mochten hebben kunnen deze zich melden. Deze procedure heeft de overheid nader aangeduid met de term "ontmixing", het mogelijk verlenen van een gunst(?) of recht(?) op verwerving door particulieren i.p.v. door BBL. Als selectiecriteria om in aanmerking te komen voor aankoop gelden woonafstand en ervaring met particulier natuurbeheer. Niet duidelijk is in hoeverre een particuliere gegadigde nog een eventueel voorkeur kan genieten als hij niet volledig beantwoordt aan rekbare begrippen als woonafstand en ervaring, ook al is hij eigenaar van een belendend perceel, of de grond tot zijn oorspronkelijk familiebezit behoort. Gevreesd moet worden dat zijn belangstelling tot aankoop gesmoord zal worden wegens een concurrerende biedprijs van een NBO. Zie verder onder "Grove marktverstoring". Het één en ander heeft geleid tot groot wantrouwen jegens de overheid en beroering onder particuliere eigenaren, geconfronteerd zijnde met kaarten met op hun eigendom ingetekende gebieden bestemd voor verwerving. Bevreesd dat het weer een aanslag op hun bezit inluidt hebben velen protest aangetekend.

   Waar ging/gaat het mis?

 Het onderstaande vormt een duidelijke illustratie van een natuurbeheer dat aan Natuur Monumenten kan worden toegedicht en dat professioneel beschouwd geen schoonheidsprijs verdient. Waar vele generaties sinds eeuwen tot na de tweede wereldoorlog veengrond hebben geëxploiteerd door verspreid turf te steken, heeft NM in een poging het gebied te vernatten dit willen bereiken door middel van de aanleg van dijken voorzien van kunststoffolie om aldus regenwater vast te houden; dit gaat natuurlijk wel ten koste van de kwaliteit van het grondwater.

 Een duidelijk verschil met eertijds is dat men thans praktisch zonder natte voeten zich in het Wooldse Veen kan begeven, waar dit 60 à 70 jaar geleden als gevaarlijk werd beschouwd en waar men aan de hand van de begroeiing moest beoordelen waar men wel of niet z'n voet kon neerzetten om niet weg te zakken; weg te zakken in de met water gevulde en al weer gedeeltelijk dichtgegroeide putten als overblijfsel van het turfsteken. Het laat zich raden dat naast hoger gelegen en drogere delen, door een mozaïek van dergelijke putten een rijke door welwater gevoede flora en fauna kon floreren.

regenwater vs hoogveen


Bespiegelingen omtrent de vervreemding van particulier eigendom
Intussen doet dit alles wel de behoefte ontstaan eens na te denken over het feit, dat veel van wat er grosso modo in Nederland aan waardevol landschappelijk schoon is te vinden, ooit tot stand is gekomen door de inzet van particuliere grondeigenaren en dat er daarom tenminste aanleiding is voor een kritische opstelling als vastgesteld moet worden dat het particuliere grondbezit in de verdrukking is geraakt om te beginnen al wegens het voor bos en natuur prijsopdrijvende effect van aankoopsubsidies t.b.v. naar bezit strevende NBO's.

   Een geval van grove marktverstoring
In De Telegraaf van zondag 28 september 2008 wordt in een artikel van Charles Sanders en Annemarie van de Weert, met één grote aanklacht het gedrag van de NGO's, aan de kaak gesteld.

   Aanleiding tot het artikel is de voorgenomen verkoop bij inschrijving van kasteel Biljoen in Velp. Terwijl negen particulieren tussen 4 en 6 miljoen euro boden was er één bod van ruim 11 miljoen euro, uitgebracht door het Geldersch Landschap & Geldersche Kastelen (GLGK). Met inzet van subsidiegelden, onvrijwillig opgebracht door de belastingbetaler, wordt het voor diezelfde belastingbetaler en particulier onmogelijk gemaakt een bezit te verwerven dat in de vrije markt te koop wordt aangeboden. Een verkapte nationalisatie van particulier eigendom en een afglijden naar een staatsvorm die tot voor kort typerend was voor Oost-Europa.

   Eénrichtingsverkeer
Een bedenkelijk aspect is, dat gronden aangekocht door NBO's voor altijd aan het particuliere circuit onttrokken blijven omdat anders, zoals ter verdediging wordt aangevoerd, bij (weder)verkoop aan particulieren eertijds verleende aankoopsubsidies weer aan de overheid terugbetaald dienen te worden en dat laatste stuit organisatorisch naar verluidt op onoverkomelijke bezwaren........

    Belangenbehartiging
Om aan de eisen van deze tijd te voldoen bestaan er voor de particuliere eigenaar in ruime mate mogelijkheden zich indien nodig op professioneel niveau te laten adviseren en begeleiden, zoals bijvoorbeeld door de niet naar bezit strevende Stichting Beheer Natuur en Landelijk Gebied,SBNL; hij doet dan niet onder voor de gevestigde natuurbeschermingsorganisaties, tegen beduidend lagere kosten voor de Nederlandse gemeenschap.

   Omdat de grondeigenaar zich zeer met zijn bezit verbonden voelt, getroost hij zich vele offers om zijn erfgoed te verdedigen tegen de gevolgen van allerlei overheidsmaatregelen die zijn vrijheid inperken en zijn bezit dreigen uit te hollen. Hij heeft zich daartoe met medebelanghebbenden verenigd in de Federatie Particulier Grondbezit, om zo met één stem voor zijn, maar daarbij ook voor ons aller belang op te komen, het waken over ons particulier erfgoed in al zijn diversiteit.

    Toezicht buitengebied
Een punt van bijzondere zorg vormt het toezicht in het buitengebied, een verwaarloosd aspect sinds in 1992 de veldpolitie werd afgeschaft terwijl de reguliere (blauwe) politie uit prioriteits-
overwegingen het ontstane gat niet heeft opgevuld. Onderwijl zijn de groene Boa's (Bijzondere Opsporingsambtenaren) niet voldoende uitgerust en zijn hun bevoegdheden te beperkt om hun taak naar behoren te kunnen vervullen.

    Daarnaast wordt de jacht, ingegeven door onbegrip op dit terrein, nodeloos beperkt en wordt de verantwoordelijkheid voor een goed faunabeheer aan rechthebbenden ontzegd. Van lieverlede worden aldus de voorwaarden gecreëerd voor een afglijden naar burgerlijke ongehoorzaamheid en naar een gedooghouding jegens de zich aan het publieke oog onttrekkende stroperij, een punt van voortdurende zorg bij het beheer van particulier bezit. Het één en ander gaat gepaard met onaangepast gedrag van het publiek, zoals loslopende honden, vernielingen, afvaldeponie, crossen, diefstal van hout en van kerstbomen e.d.
    Te veel wordt er in de media over bos geschreven alsof het van iedereen is, dat er ook nog een eigenaar is, die bovendien verantwoordelijk wordt gehouden voor een verantwoord beheer wordt dan buiten beeld gelaten.
    Van oudsher is de zorg om de jacht en daarmee voor de fauna een wezenlijk onderdeel van het beheer van landgoederen en vormt één van de belangrijkste elementen waaraan vreugde wordt beleefd. Dat dit niet overeenstemt met romantische ideeën die het publiek daaromtrent koestert uit zich niet zelden in de vorm van opgewonden en denigrerende uitlatingen jegens de landgoedeigenaar.

    De bereidheid van landgoedeigenaren hun bezit nog langer open te stellen wordt daardoor wel op de proef gesteld.