BRIEVEN

Gelieve voor publikatie bestemde brieven te richten aan:
Redactie Landgoed.info
krommesteeg 1
3984 NE Odijk
Telefoon:0343 531046, Mobiel:06-20401543
Fax:        0343 513799
E-mail:   aj@esselinkbv.com

ONTLEEND AAN DE TELEGRAAF VAN 1 dec. 2010
blikvangers

VERVUILING DOOR DE LANDBOUW?

"Leugens, bedrog en hobbyisme"
Naar aanleiding van een artikeI over het Waterrapport 2002-2003 van het Waterschap Rijn en IJssel in De Gelderlander van zaterdag 4, december, overgenomen uit de Tubantia van vrijdag 3 december, het volgende. In het artikel wordt gesteld als zou op 70 procent van de meetpunten in het gebied de norm voor stikstoffen (nitriet, nitraat en organische stikstof) fors worden overschreden. Als voorbeeld worden de Ratumse Beek, de Willinkbeek en de Vennevertlose Beek genoemd. Ook zou er vaak te veel fosfaat in het water voorkomen. Stikstoffen en fosfaten, aldus het artikel, zijn afkomstig uit (kunst)mest, dat door boeren op het land wordt gebracht. Volgens het waterschap zou de landbouw met 87 procent de grootste vervuiler zijn.

Voor Winterswijk-Oost is in mei 2004 een ontwerp landinrichtingsplan opgesteld, een uitwerking van het Reconstructieplan Achterhoek en Liemers, gebaseerd op de 12 beken in dit gebied. Deze beken zijn gekwalificeerd als HEN-wateren, d.w.z. wateren van het Hoogst Ecologische Niveau. Geheel in tegenspraak daarmee wordt toch gesteld dat het oppervlaktewater, evenals het grondwater sterk vervuild is. Bovendien wordt een groot deel van het plangebied als verdroogd beschouwd. Om deze vermeende verdroging en sterke vervuiling van het grond- en oppervlaktewater in dit gebied te verbeteren, worden daarin grootscheepse tegen de landbouw gerichte maatregelen aangekondigd.

Vergelijkingen van in- en uitgaande stromen ontbreken.
Wij, vertegenwoordigers van particuliere eigenaren van gronden in Winterswijk-Oost, hebben bij het Waterschap Rijn en IJssel daarom alle meetpunten en de daarbij behorende meetgegevens opgevraagd en gekregen. Immers, als we de waterkwaliteit van het binnenkomende water, dus aan de Duitse grens, vergelijken met de kwaliteit van het water dat er weer uitgaat, dus aan de westzijde van het gebied, dan weten we wat er in het gebied zelf bijkomt.
Wie schetst onze verbazing dat er op dat punt geen vergelijkbare gegevens zijn. In de Vennevertlose Beek is slechtst één meetpunt, net over de grens, waar men in 1994, 2002 en 2003 enkele metingen heeft verricht. Verder is er geen meetpunt. Dan de Ratumse Beek: alléén bij Ravenhorst (dan is de Willinkbeek er onder andere al bijgekomen en de afwatering van de Bargerbos in Winterswijk) is er een complete serie metingen van 1994 tot en met 2003. Meer oostwaarts is er alleen bij de brug over de Scholtenmaatweg in Ratum in de droge zomer van 2003 gemeten. Ook hier geen vergelijkingsmateriaal. Dan de Willinkbeek: alleen één meetpunt met meetgegevens, namelijk bij camping 't Wieskamp, net voor de Willinkbeek uitkomt in de Ratumse Beek. Hier dus ook géén gegevens over de waterkwaliteit bij binnenkomst, noch over de mate van vervuiling in Winterswijk-Oost. Ten aanzien van de vervuiling van deze beken door de landbouw in Winterswijk-Oost kunnen dus geen conclusies worden getrokken.

Eén uitzondering
Alleen in de Boven Slinge is er zowel bij binnenkomst van de beek aan de grens in Kotten, als net iets buiten het gebied Winterswijk-Oost, nl. in de zandvang aan de Misterweg, een meetpunt. Deze twee meetpunten in de Boven Slinge zijn vergeleken t.a.v. fosfaat- en nitraatgehalte, de stoffen waar vooral de landbouw verantwoordelijk voor zou zijn.

Onderstaande grafieken geven de meetresultaten weer.
     NITRO FOSFO

Het gemiddelde jaarlijkse fosfaatgehalte in de jaren 1994 t/m 2003 is in Miste steeds aanzienlijk lager dan aan de grens, vooral als gekeken wordt naar de verschillen per jaarlijkse meting:
- aan de grens: 0,16 tot 0,29 mg P/l Jaar meting: '94 '95 '96 '97 '98 '99 '00 '01 '02 '03
- in Miste: 0,14 tot 0,23 mg P/l Verschil %: -33,3 -27,8 -20,3 -33,3 -16,7 -73,0 -11,6 -11,3 -30,6 -21,6

Het gemiddelde jaarlijkse nitraatgehalte is alleen in de jaren 1994 t/m 1997 in Miste hoger:
- aan de grens:
- in Miste:
7,36 tot 10,50 mg N/l
8,22 tot 11,58 mg N/l
Vanaf 1998 is het nitraatgehalte vrijwel gelijk op beide meetpunten:
- aan de grens:
- in Miste:
5,96 (2003) tot 11,04 (1998) mg N/l
5,82 (2003) tot 10,61 (1998) mg N/l
Ter vergelijking: het maximaal toelaatbare nitraatgehalte in drinkwater is 50 mg N/l. Volgens het Concept-ontwerp herinrichting Winterswijk-Oost ligt 80 % van de Boven Slinge in Duitsland. Conclusie: er is geen dan wel geen noemenswaardige toename van nitraat in het oppervlaktewater als gevolg van de landbouw in Winterswijk-Oost, het fosfaatgehalte vertoont zelfs een sterke daling.

Grondwater.
Van de kwaliteit van het grondwater in Winterswijk-Oost is nog minder te vinden. Via de web-site van de provincie Gelderland hebben wij 2 meetpunten gevonden in Winterswijk-Oost waar het RIVM metingen heeft verricht.

Putnummer 1002 (grens Kotten en Ratum) is op 6 m diepte bemonsterd in de jaren 1990 t/m 2003 en
putnummer 1001 (Bekendelle) op 7 m diepte in de jaren 1989 t/m 2003.

Nitraatgehalte: de maximum toelaatbare streefwaarde is volgens deze site 5,6 mg N/l.
- putnummer 1002:
- putnummer 1001:
in resp. 1990 en 1992 0,2 en 0,3 mg N/l, in alle andere jaren 0,1 mg N/l
in 1989 t/m 1990 0,3 mg N/l, in 2000 0,2 mg N/l en in alle andere jaren 0,1 mg N/l.

Conclusie: het nitraatgehalte in beide putten zit zeer ruim onder de maximum toelaatbare waarde.

Fosfaatgehalte: de maximum toelaatbare streefwaarde is 0,4 mg P/l.
- putnummer 1002:

- putnummer 1001:
het maximale gemeten fosfaatgehalte is een uitschieter van 0,33 mg P/l in 1997, het minimale gehalte is 0,05 mg P/l in 1999.
ook hier een uitschieter van 0,3 mg P/l 1997. De rest is veel lager.

Conclusie: het fosfaatgehalte in beide putten is ruim onder de maximum toelaatbare streefwaarde.

Volgens M. van de Bosch [4] (mondelinge mededeling) is in het diepere grondwater helemaal niets te vinden van fosfaat, nitraat en gewasbeschermingsmiddelen afkomstig uit de landbouw.

Verdroging.
Ten aanzien van de verdroging zijn uiteindelijk gegevens gevonden bij het DINO-loket (Digitale Poort tot de Nederlandse Ondergrond, TNO, Delft).
Afhankelijk van het meetpunt heeft men vanaf 1981, 1983 of 1988/89 metingen verricht naar de grondwaterstand. Uitgezet in grafieken blijkt duidelijk dat de zomergrondwaterstand lager is (in droge zomers zelfs beduidend lager) dan de grondwaterstand in de winter. Een duidelijke trend dat de gemiddelde zomer- of de gemiddelde wintergrondwaterstand afneemt is er echter niet. Waarop de bewering dat het gebied verdroogt gebaseerd is, is dan ook niet duidelijk.

Dat men in het gebied Winterswijk-Oost afhankelijk is van het hemelwater is bij iedereen die in het gebied werkt al lang bekend. Regenwater opvangen en vasthouden ten behoeve van droge perioden is niet mogelijk vanwege het grote verval. Afhankelijk van de hoeveelheid neerslag kan men wel last hebben van een teveel aan water in natte perioden en in de perioden dat het land bewerkt moet worden (vroege voorjaar) en wanneer er geoogst moet worden (najaar).

In tegenstelling tot de plannenmakers hebben de gebruikers van de gronden, met name de landbouwers, wel rekening te houden met de afvoer van het Duitse water. Net over de grens heeft men in de jaren vijftig de ontwatering geheel "gekanaliseerd". Dit water komt daardoor versneld in onze beken terecht. Met name de Vennevertlose beek en de Ratumse beek konden daardoor het water niet meer voldoende verwerken, hetgeen overstromingen opleverde en veel schade aan de landbouw toebracht.

Op met water verzadigde percelen was oogsten onmogelijk. Niet alleen voor de gezondheid van landbouwhuisdieren, ook voor in het wild levende dieren, was deze toestand zeer schadelijk (o.a. leverbotziekte).

Pas in de zeventiger jaren zijn door het Waterschap van de Berkel, dat eerst de zaken beneden-strooms op orde moest brengen, enkele verbeteringen aangebracht.

Basis van maatregelen vastgelegd in het "Landinrichtingsplan Winterswijk-Oost" ondeugdelijk.
De conclusie is onontkoombaar dat de maatregelen, voorgesteld in het Concept ontwerp uitwerkingsplan Winterswijk-Oost, op ondeugdelijke stellingnames berusten. De aannames ten aanzien van de waterkwaliteit (grond- en oppervlaktewater) en verdroging, zijn geheel in tegenspraak met de daadwerkelijke meetgegevens.
Toch worden verregaande maatregelen voorgesteld: "nieuwe natuur", "agrarisch natuurbeheer", verondiepen en verbreden van de beken, waterretentiebekkens enz.

Het "landinrichtingsplan" is gebaseerd op o.m. het Reconstructieplan Achterhoek en Liemers, het Gelders Milieuplan, het Gebiedsplan Natuur en Landschap Gelderland, het derde Gelders Waterhuishoudingsplan, de Gelderse Ecologische Hoofdstructuur en de aanmelding Habitatrichtlijngebieden
Het zijn allemaal plannen die dit jaar zijn verschenen en ten tijde van het uitkomen van het landinrichtingsplan Winterswijk-Oost nog niet waren vastgesteld !

In de extensiveringsgebieden krijgen natuur, water en milieu de prioriteit. Met name in de stroomgebieden van de Vennevertlose beek, Limbeek, Dambeek en Stortelersbeek moet door extensivering van het grondgebruik van grondgebonden landbouw met inzet van "Koopmans-gelden" teruggegaan worden van 1,85 gve (grootvee-eenheden) in 2001 naar 1,70 gve/ha. De waarde van 1,85 gve/ha in Winterswijk-Oost is volgens de opstellers van het plan al redelijk extensief. Melkveebedrijven hebben gemiddeld in Nederland een gve/ha-waarde tussen de 2,25 en 2,5.

Het totaal-stikstofgehalte van het oppervlaktewater is bovendien niet alleen afkomstig uit de landbouw. Een aantal jaren geleden werden door het Waterschap (toen nog het Waterschap van de Berkel) stroken langs de beken aangeplant: het moesten "schaduwbeken" worden. Ook in Duitsland werden veel oevers van waterlopen beplant met elzen. Het loof van deze beplantingen bevat ook stikstof. Met name het loof van elzen heeft een relatief hoog N-gehalte. Dergelijk loof verteert sneller dan loof met een relatief laag stikstofgehalte. Alle soorten dragen echter wel bij aan het totaal-stikstofgehalte in het beekwater.

Verwoesting van landbouw, landschap en bestaande natuur.
Verschralen via maaien en afvoeren, afgraven van de bouwvoor en vernatting, door verondiepen en verbreden van beken en sloten, zijn de "zaligmakende" maatregelen. Kortom het hele landschap moet op de schop. Voorbeelden zijn al te zien op minstens vier plaatsen langs de Ratumse beek en de Vennevertlose beek waar het Gelders Landschap eeuwenoude cultuurgrond tot op de keileemlaag heeft af laten graven.
Dit is nog erger dan vandalisme, het is MOORD. Het is namelijk niet meer te herstellen. Noch met landbouw, noch met natuur heeft het iets van doen. Landbouw, overal ter wereld, kan slechts bestaan dankzij een adequate waterhuishouding.

Het bewust vernielen van een goede afwatering om daarna aanspraak te maken op EEG-subsidie bestemd voor "landbouw met natuurlijke handicaps" (vervanger van de "bergboerenregeling") is oneigenlijk gebruik van deze regeling.

De gevolgen van vernatting door het verondiepen van de beken zijn reeds bekend: terug naar de jaren 1955-1975. Er is geen landbouw meer mogelijk. Immers bovenstrooms, aan Duitse zijde, blijft de goede ontwatering wel intact.

Inmiddels is het Waterschap Rijn en IJssel klaarblijkelijk al bezig met de uitvoering van de nog niet vastgestelde plannen: o.m. in de Ratumse beek, een van nature altijd stromende beek, op uitzonderlijk droge zomers na, en met steeds glashelder water, is, door het aanbrengen van "cascades", over grote delen verworden tot een troebele, vaak stinkende, niet meer stromende goot.
Niet alleen de landbouwpercelen worden de dupe van vernatting. Ook bossen en bomen die gedurende lange tijd met hun wortels in het water staan, sterven af (zuurstofgebrek wortels).

De Winterswijkse beken zijn al aan het eind of kort na de Middeleeuwen gegraven zoals blijkt uit de publikatie van M. van den Bosch en H. Kleyer [4] (2003).

NB.  Deze publicatie is gebaseerd op onderzoek dat is gedaan ten behoeve van de herinrichting Winterswijk-Oost in opdracht van de Dienst Landelijk Gebied te Arnhem, door Alterra, in samen-werking met het Geologisch Veldlaboratorium Winterswijk. Aan dit onderzoek is helaas in het Concept-ontwerp herinrichting Winterswijk-Oost geheel voorbij gegaan.

Volgens deze onderzoekers kan met zekerheid worden gesteld dat zowel de Ratumse beek als de Willinkbeek over de gehele lengte geen natuurlijke beken zijn. "Ze maken deel uit van een doordacht aangelegd afwateringssyteem om Ratum en Henxel te ontwateren". En verder: "Deze waterstaatkundige werken zijn aan het eind van of kort na de Middeleeuwen gerealiseerd en zijn derhalve waardevolle cultuurhistorische monumenten".

De maatregelen verschralen en afgraven van de bouwvoor zijn bovendien geheel tegennatuurlijk. Zelfs ongeletterde zwerflandbouwers wisten dat vroeger al. Men brandde een deel bos plat om enkele jaren gewassen te kunnen verbouwen. Was de grond uitgeboerd, dan nam men een volgende stuk, enz. Na vele jaren had zich het eerste stuk weer hersteld. Dit was alleen mogelijk dankzij een geringe bevolking.

Gevolgen voor het karakteristieke Winterswijkse landschap.
De plannen behelzen o.m. de aanleg van 200 ha nieuw bos, 321 ha "nieuwe natuur", verondiepen en verbreden van de bestaande afwateringsbeken, verschralen en afgraven van landbouwpercelen. Er wordt aangegeven waar deze zogenaamde natuur moet komen, op de rest mag dan nog wat "landbouw" bedreven worden, mits beschermzones in acht worden genomen.
Resultaat: bestaande bossen sterven af, 521 ha landbouwgrond verandert in bos of "nieuwe natuur", langs alle afwateringsbeken en -sloten worden beschermzones gelegd ten behoeve van bestaande en "nieuwe natuur". De "nieuwe natuur" kan met recht nieuw worden genoemd, want dergelijke natuur is hier al eeuwenlang niet of niet meer geweest.

Conclusie: weg met het karakteristieke Winterswijkse landschap, het landschap dat door boeren is gevormd en onderhouden op eigen kosten, en weg met de cultuurhistorie van dit gebied.

De plannen die men voor Winterswijk-Oost in petto heeft zijn gebaseerd op leugens en bedrog. Ze moeten er zo snel mogelijk worden doorgedrukt, zodat de zogenaamde "natuurbeschermers" hun hobby op kosten van de bewoners van het buitengebied van Winterswijk en op kosten van de belastingbetaler kunnen bedrijven.

Ir. D.E. Boeijink, Wageningen


Bronnen.
1.  Gegevens oppervlaktewaterkwaliteit in Winterswijk-Oost vanaf 1994 t/m 2003. Waterschap Rijn en IJssel.
2.  Gegevens grondwaterkwaliteit: internetsite provincie Gelderland (in samenwerking met het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieuhygiëne in Bilthoven (RIVM).
3.  Gegevens grondwaterstanden: DINO-loket (digitale poort tot de Nederlandse ondergrond; TNO-NITG), Delft.
4.   M. van den Bosch en H. Kleyer ."De ontwikkeling van het landschap in Winterswijk. Geologische, bodemkundige en hydrologische impressies naar aanleiding van het bodemgeografisch onderzoek 1995-1997", uitgave Backhuys Publishers, 2003.

Redactioneel commentaar
Nu er sterke aanwijzingen zijn dat de vervuiling in Winterswijk-Oost in belangrijke mate afkomstig is uit Duitsland, lijkt herbezinning m.b.t. het Gebiedsplan geboden. Waar de overheid beschikt over meetresultaten, maar deze negeert en het aantal metingen niet uitbreidt omdat de resultaten niet stroken met het éénmaal ingenomen standpunt van een sterk vervuilende landbouw, laadt deze overheid de verdenking op zich, zich schuldig te maken aan onbehoorlijk bestuur.
Wat ook te denken van retentiebekkens z.g. blauwe diensten in een uiterst kwetsbaar en een al eeuwenlang bestaand ecologisch uitgebalanceerd gebied als Winterswijk-Oost voor het opvangen het uit Duitsland afkomstige water met de daarin meegevoerde vervuiling, als ware het een polderlandschap? Aan nog meer water, waar nu al sprake is van wateroverlast kan geen meerwaarde worden toegekend, het tegendeel is eerder het geval wanneer als gevolg van hoge waterstanden bossen en jonge aanplant afsterven.