Publicatiedatum: 08-03-2007

Een probleem zonder probleem

HUGO SCHORER

Ons land heeft een lange traditie van verdraagzaamheid en godsdienstvrijheid. Willem van Oranje heeft de vrijheid van godsdienst al in 1579 laten opnemen in de Unie van Utrecht als bescherming tegen de Spaanse inquisitie. Daarmee is het ons oudste grondrecht. In de eeuwen daarna hebben velen hun toevlucht gezocht in de verdraagzame en ruimdenkende Nederlanden. Er gold een ongeschreven regel dat andersgelovigen min of meer ongemoeid werden gelaten. Dat hield ook in dat anderen niet beledigend bejegend werden vanwege het geloof dat zij aanhingen. Ernstige godsdiensttwisten hebben we daarom nooit gekend.

Bij die verdraagzaamheid en godsdienstvrijheid past dat we ruimte geven aan mensen die zich beroepen op hun geweten. De voorbeelden zijn legio en variŽren van gewetensbezwaarde ouders die hun kinderen niet willen laten inenten tot medisch personeel dat niet wil meewerken aan euthanasie en dienstweigeraars - toen de militaire dienstplicht nog bestond. Ambtenaren vormen in dit verband een speciale categorie omdat zij vaak belast zijn met de uitvoering van wetten. Echter, zelfs het afleggen van de ambtseed betekent gelukkig niet dat een ambtenaar geen gewetensbezwaren meer zou mogen hebben. Oordelen wij niet positief over ambtenaren die in de oorlog hun geweten lieten spreken en het verzet behulpzaam waren?

Bij ambtenaren met gewetensbezwaren worden meestal praktische oplossingen gezocht. Wie principieel niet op zondag wil werken, wordt niet op zondag ingeroosterd. In de praktijk leidt dit vrijwel nooit tot problemen.

Onlangs is de discussie over trouwambtenaren met gewetensbezwaren tegen het sluiten van homohuwelijken weer opgelaaid. Niet omdat een homostel ergens niet kon trouwen, maar vanwege een passage in het coalitieakkoord van CDA, PvdA en ChristenUnie. Daarin wordt de bestaande praktijk bevestigd dat gemeenten ervoor zorgen dat de wet kan worden uitgevoerd. Dus dat homohuwelijken in iedere gemeente in ons land gesloten kunnen worden, maar dat tegelijkertijd ruimte wordt geboden aan trouwambtenaren die tegen het sluiten van dat soort huwelijken gewetensbezwaren hebben. Huwelijken tussen personen van gelijk geslacht komen overigens niet zo vaak voor. Het aantal is gedaald van 2214 in 2001 tot 1150 in 2005, 1,6 procent van het totaal aantal huwelijken in dat jaar.

Nog los van het feit dat er in de praktijk geen problemen zijn, zal de kans op problemen in de toekomst verder afnemen. Veel gemeenten eisen tegenwoordig van nieuwe trouwambtenaren dat zij bereid moeten zijn alle huwelijken te sluiten die de wet kent.

De discussie ontstond toen het homohuwelijk in 2001 wettelijk mogelijk werd en aan trouwambtenaren gevraagd werd homohuwelijken te sluiten. De gemeente Leeuwarden dreef de zaak op de spits en eiste van haar trouwambtenaren, ook zij die al voor 2001 waren aangesteld, dat zij bereid moesten zijn homohuwelijken te sluiten. De Commissie Gelijke Behandeling gaf de betrokken ambtenaar die zich beriep op gewetensbezwaren gelijk. Daarbij speelde mee dat er voldoende trouwambtenaren waren die wel bereid waren dergelijke huwelijken te sluiten.

Er zal altijd verschillend gedacht worden over gewetensbezwaren. Zo zullen veel homo's weinig begrip hebben voor trouwambtenaren die geen homohuwelijken willen sluiten. Evenzo zullen artsen weinig begrip hebben voor ouders van een kind dat niet is ingeŽnt en dat polio krijgt.

Ons land heeft sinds 1579 een lange traditie van godsdienstvrijheid, verdraagzaamheid en ruimdenkendheid opgebouwd. Dat is een groot goed, waar we best ook trots op mogen zijn. In lijn met die traditie is het homohuwelijk mogelijk geworden. In lijn met diezelfde traditie is er ook ruimte voor trouwambtenaren met gewetensbezwaren tegen het homohuwelijk. Laten we die traditie in ere houden.

Jhr mr K.F.H. Schorer is burgemeester van Renswoude. E-mail: burgemeester@renswoude.nl

Copyright (c) 2007 Het Financieele Dagblad


TERUG NAAR: Artikelkeus OF INTRODUCTIEPAGINA