Publicatiedatum: 21-9-2006

Op het verkeerde been gezet

HUGO SCHORER

De afgelopen weken is er de nodige discussie ontstaan over het besluit van minister Joop Wijn van Economische Zaken om de stimuleringssubsidie voor groene stroom van de ene op de andere dag stop te zetten. Het gaat om elektriciteitsproductie uit duurzame bronnen, zoals wind, biomassa, zon en water. Onder andere boeren met vergevorderde plannen voor biogasinstallaties, die mest en plantaardig afval omzetten in elektriciteit en warmte, worden door dit besluit getroffen. De argumentatie is dat de regeling zo succesvol is dat de kosten uit de hand lopen. Op aandringen van de Tweede Kamer komt er een overgangsregeling.

Het is een voorbeeld van een besluit dat burgers, bedrijven of instellingen op het verkeerde been zet. Dit gebeurt wel vaker. De overheid bedenkt een regeling waarmee veel geld wordt uitgekeerd. Er worden verwachtingen gewekt, de kosten lopen uit de hand en diezelfde overheid beëindigt vervolgens abrupt de regeling. Onbetrouwbaar! roepen de gedupeerden terecht.

Vooral in de tweede helft van de vorige eeuw zijn luxueuze overheidsregelingen bedacht, die na enige tijd weer zijn afgebouwd. Neem de arbeidsongeschiktheidsuitkeringen. Het Rijk bedacht een prachtige regeling totdat we er na een tiental jaren achter kwamen dat het aantal arbeidsongeschikten schrikbarend toenam en we al die uitkeringen niet meer konden betalen. Versobering was onvermijdelijk. Aan mensen die al jaren volledig arbeidsongeschikt waren, werd verteld dat ze bij nader inzien toch wel konden werken en dat ze geen uitkering meer kregen. Het gaat daarbij niet om de vraag of die mensen wel of niet konden werken. Het gaat er om dat de overheid eerst zegt: u kunt helaas uw werk nooit meer doen, maar geen zorg, want daar hebben we in Nederland een mooie regeling voor en u krijgt tot uw pensioen een passende uitkering. Jaren later komt diezelfde overheid met het verhaal: we hebben nog eens nagedacht en het werk dat u deed, kunt u weliswaar niet meer doen, maar ander werk kunt u wel doen en dus moet u weer gaan werken en is het afgelopen met uw uitkering. Het duurt lang voordat zo iemand weer vertrouwen in de overheid heeft.

Hetzelfde is gebeurd met de studiefinanciering. Het begon met een luxe regeling. Als student aan de universiteit mocht je eindeloos studeren, je had recht op een ruime basisbeurs van zes jaar en zo nodig een aanvullende beurs. Terugbetalen was niet aan de orde. Vervolgens liepen de kosten uit de hand en moest er bezuinigd worden. Beperking van studieduur, alleen nog een beurs voor vier jaar, terugbetalen als je geen resultaten behaalde. Op zich deden die maatregelen niet zoveel pijn, omdat nieuwe regelingen ingingen voor nieuwe lichtingen studenten en bovendien de leningsfaciliteit werd ingevoerd, maar van de oorspronkelijke regeling is weinig over.

Enigszins vergelijkbaar is de Zalmsnip, een bedrag van honderd gulden dat niet zo lang geleden door het Rijk via de gemeenten werd uitgekeerd aan alle huishoudens in Nederland. Het Rijk had ineens bedacht dat iedereen wel wat extra's kon gebruiken. Vrij snel na de komst van de euro - voor sommigen financieel niet de gemakkelijkste tijd - werd de Zalmsnip weer afgeschaft. Even onverwacht als hij werd ingevoerd.

Niets is zo schadelijk voor het vertrouwen in de overheid als regelingen op grond waarvan burgers verwachten geld te ontvangen ineens drastisch worden versoberd of geheel worden stopgezet. Dan kan de overheid maar beter afzien van een regeling. Bij subsidieregelingen is overigens ook een mogelijkheid dat de overheid van te voren aangeeft dat de regeling slechts voor een beperkte tijd geldt of dat er niet meer dan een bepaald bedrag beschikbaar is.

Ons land moet kunnen vertrouwen op overheidsregelingen, zeker als die regelingen verwachtingen wekken bij burgers, bedrijven en instellingen.

Jhr mr K.F.H. Schorer is burgemeester van Renswoude. E-mail: burgemeester@renswoude.nl

Copyright (c) 2006 Het Financieele Dagblad


TERUG NAAR: Artikelkeus OF INTRODUCTIEPAGINA