Publicatiedatum: 13-7-2006

Vreugdevuren en regelverdriet

HUGO SCHORER

Wie heeft er niet rond een warm knapperend kampvuur gezeten of genoten van een hoog oplaaiend paasvuur? Deze plattelandstradities ontkomen niet aan de Haagse regeldrift. De Raad van State heeft onlangs in een kwestie rond een vreugdevuur in Asperen bevestigd dat kamp-, paas- en kerstvuren vallen onder de Wet milieubeheer. Enige jaren geleden is deze wet uitgebreid met een verbod om zich van afvalstoffen te ontdoen door deze buiten een inrichting te verbranden. Volgens de Haagse wetgever ben je je aan het ontdoen van afvalstoffen als je met een paas- of ander vreugdevuur bezig bent. Nooit geweten dat dat de bedoeling van ons gezellige kampvuurtje was. Wel is het zo dat er soms misbruik werd gemaakt van paasvuren door naast schoon hout allerhande rotzooi mee te verbranden. Dat is niet goed voor het milieu.

De Wet milieubeheer kent vrijstellingen van het verbod, maar daar is tot nu toe voor dit onderwerp geen gebruik van gemaakt. Daarom valt dus nu ieder vuurtje dat in de openlucht gestookt wordt onder dit verbod. Ja zelfs de vuurkorf, waarmee we ons warm houden. Burgemeester en wethouders (B en W) kunnen ontheffing van het verbod verlenen. Daar zit een procedure aan vast met bezwaar en beroep, et cetera. B en W kunnen voorwaarden stellen aan het verlenen van ontheffing, zoals voorschriften om overlast door rook, roet, stank en walm te voorkomen. Ook het voorschrift dat alleen schoon hout mag worden verbrand en dat de exacte stookplaats door de brandweer moet worden bepaald, is bij grote paasvuren niet ongebruikelijk.

Voordat dit algehele verbod op vreugdevuren in de Wet milieubeheer werd vastgelegd, hadden vrijwel alle gemeenten hierover bepalingen opgenomen in de Algemene Plaatselijke Verordening (APV). Meestal in de vorm van een verbod om in de open lucht te stoken of vuur aan te leggen. B en W kunnen ontheffing verlenen.

Het al of niet toestaan van kamp-, paas- en kerstvuren was dus van oudsher een plaatselijke aangelegenheid. Gemeentebesturen konden wel of geen rekening houden met gevestigde tradities en deden dat ook. Vooral voor paasvuren werden lokaal regels gesteld om uitwassen te voorkomen.

Sinds de wijziging van de Wet milieubeheer hebben we het dus nu zo geregeld in ons land dat voor het stoken van ieder vuurtje in de open lucht formeel twee ontheffingen van B en W nodig zijn, één op grond van de Wet milieubeheer en één op grond van de APV. Het kan zijn dat je als burger bezwaar wilt maken tegen een ontheffing van B en W voor een vreugdevuur, bijvoorbeeld omdat je vindt dat de aangewezen stookplaats te dicht bij je huis ligt. Dan wordt het echt ingewikkeld. Voor de ontheffing op grond van de Wet milieubeheer moet je bezwaar maken bij B en W. Als je het niet eens bent met hun beslissing, kun je meteen in beroep bij de Raad van State. Voor de ontheffing op grond van de APV moet je ook bezwaar maken bij B en W, maar je kunt vervolgens in beroep gaan bij de rechtbank en daarna in hoger beroep bij de Raad van State.

Deze regeldrift nodigt uit om maar geen ontheffing te vragen en gewoon je gang te gaan. Dat is jammer, want regels zijn er om nageleefd en gehandhaafd te worden.

Zou het niet eenvoudiger zijn om ervan uit te gaan dat kamp-, paas en kerstvuren vooral bedoeld zijn om het met elkaar gezellig te hebben en oude tradities in stand te houden? En dat zij niet gestookt worden om zich te ontdoen van afvalstoffen door deze te verbranden. Daarvoor is een vrijstelling voor vreugdevuren op grond van de Wet milieubeheer nodig.

Gemeentebesturen zijn heel goed in staat om samen met de brandweer lokale vreugdevuren voorzover nodig te reguleren en misbruik te voorkomen. Dan kan Den Haag zich concentreren op de nationale en werkelijk serieuze milieuproblemen, zoals de luchtverontreiniging door uitlaatgassen.

Jhr mr K.F.H. Schorer is burgemeester van Renswoude. E-mail: burgemeester@renswoude.nl

Copyright (c) 2006 Het Financieele Dagblad


TERUG NAAR: Artikelkeus OF INTRODUCTIEPAGINA