Publicatiedatum: 5-10-2006

Geef boseigenaar zekerheid

HUGO SCHORER

In de omgeving van Renswoude liggen prachtige bossen met een permanente uitnodiging aan wandelaars, fietsers en ruiters om te komen genieten van natuur, stilte, vogels en nog veel meer. Veel bos is eigendom van de grote terrein beherende instanties als Natuurmonumenten, Staatsbosbeheer en de Landschappen.

Maar er zijn ook nog bossen in particuliere handen. Productiebossen zijn het niet meer. De opbrengst van de houtverkoop weegt al jaren niet meer op tegen alle kosten.

De hoofdfunctie is natuur. Natuur voor iedereen, want deze particuliere bossen zijn vrijwel altijd opengesteld voor het publiek in het kader van de Natuurschoonwet. Tegenover die openstelling staan fiscale voordelen voor de eigenaar.

Openstelling brengt echter ook zorgen met zich mee. Sommige bezoekers hebben weinig oog voor de regels die met de openstelling gepaard gaan.

Ruiters maken met hun paarden wandelpaden kapot, terwijl er speciaal voor hen ruiterpaden zijn aangelegd.

Reeën schieten in de stress door loslopende honden.

Mountainbikers organiseren via internet crossbijeenkomsten en nemen dan met honderden tegelijk bezit van het hele bos. Niet allemaal hebben ze evenveel respect voor de natuur of voor wandelaars die op hun pad komen.

Bij gebrek aan de veldpolitie van vroeger wordt de boseigenaar geacht dit zelf in goede banen te leiden. Via de moderne boswachters, boa's geheten, bijzondere opsporingsambtenaren. Zij zijn in dienst van de boseigenaar, mogen proces-verbaal opmaken en beschikken soms over een dienstpistool, in de praktijk geen overdreven luxe.

Het beleid van het ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij (LNV) is gericht op behoud van deze bossen en op versterking van de natuurwaarden. Dat gebeurt vooral via subsidieregelingen. Deze worden echter regelmatig veranderd, terwijl bomen nu eenmaal langzaam groeien.

In 2000 werd weer een andere subsidieregeling bedacht. Het gaat om een basisbedrag voor iedere eigenaar van minimaal een halve hectare bos. Daarnaast een aanvullende regeling om in een periode van achttien jaar in een bos versterking van de natuurwaarden te bereiken.

Daarbij moesten allerlei soms vergaande eisen na die achttien jaar bereikt zijn. Bijvoorbeeld eisen aan de diversiteit van een bos.

Als het een eikenbos was moest er ook minimaal 20 procent van een andere - inheemse - boomsoort in staan. Allemaal bomen van dezelfde soort, beuken bijvoorbeeld; een mengeling van beuken, berken en esdoorns mocht niet. Waarom niet, is de meeste boseigenaren niet duidelijk.

Ook werden regels gesteld aan de hoeveelheid dood hout in het bos. Bepaalde zwammen, paddestoelen, insecten, vogels en andere diertjes vinden het heerlijk in en op dode bomen. Goed voor de natuurwaarden.

Iedere zes jaar zou er gecontroleerd worden of er genoeg vorderingen met de versterking van de natuurwaarden waren gemaakt. Na een paar jaar bleken de eisen te ingewikkeld en niet goed te controleren. Van de ene dag op de andere werden de voorwaarden aangescherpt.

Bovendien moest niet in achttien jaar, maar meteen in 2006 aan deze eisen voldaan worden. Boseigenaren stonden dus voor de keus: of de subsidie laten lopen of op zeer korte termijn veel gezonde bomen kappen. Veel boseigenaren zijn afgehaakt.

Jammer dat het positieve beeld van het stimuleringsbeleid op dit terrein teniet wordt gedaan door te veel regelzucht en onberekenbaarheid van de overheid.

Jhr mr K.F.H. Schorer is burgemeester van Renswoude. E-mail: burgemeester@renswoude.nl

Copyright (c) 2006 Het Financieele Dagblad


TERUG NAAR: Artikelkeus OF INTRODUCTIEPAGINA