Publicatiedatum: 2-11-2006

Kleinschalig jeugdnetwerk werkt

HUGO SCHORER

De huisarts constateert blauwe plekken bij een peuter. Hij vermoedt huiselijk geweld. De moeder klaagt over slapeloosheid vanwege de slechte relatie met haar man. De huisarts schrijft haar slaappillen voor. Het valt de leidster van de peuterzaal op dat één van de peuters die zij onder haar hoede heeft, nooit lacht. De wijkagent krijgt een telefoontje van een vrouw met de mededeling dat haar man haar slaat. Hij meldt dat hij weinig kan doen als ze geen aangifte doet. De wijkverpleegkundige maakt zich zorgen over een kind en vermoedt huiselijk geweld in het gezin.

Dit zijn allemaal signalen die bij allerlei verschillende personen/instanties terechtkomen. Sinds enige tijd worden dergelijke signalen ingebracht in een jeugdnetwerk, dat in Renswoude is opgezet. Daarbij wordt zorgvuldig rekening gehouden met de privacy van betrokkenen. In het jeugdnetwerk zijn het maatschappelijk werk, de wijkverpleegkundige, bureau Jeugdzorg, de basisscholen, de peuterspeelzaal, de wijkagent, de leerplichtambtenaar en een ambtenaar van de sociale dienst vertegenwoordigd. Het jeugdnetwerk komt regelmatig bij elkaar. Dan worden de verschillende signalen naast elkaar gelegd. De signalen kunnen uit meerdere gezinnen komen, maar ook uit één gezin. De acties van de instanties worden op elkaar afgestemd. Het functioneert naar tevredenheid van de betrokkenen en we merken dat gezinnen en kinderen geholpen worden. Op die manier wordt geprobeerd problemen met kinderen of jeugd in een zo vroeg mogelijk stadium op te merken. Vaak is dan een lichte vorm van hulpverlening al genoeg.

Ons jeugdnetwerk is opgezet op voorstel en met subsidie van de provincie Utrecht. Sinds 1 januari 2005 hebben de provincies de regie over de jeugdzorg, geregeld in de Wet op de jeugdzorg. Inmiddels betaalt Renswoude de kosten zelf. Op het kleinschalige niveau van Renswoude werkt dit gemeentelijk jeugdnetwerk goed.

Niet overal functioneert de jeugdzorg naar tevredenheid. Er zijn nog steeds wachtlijsten, de indicatiestellingen moeten sneller, en de contacten tussen de verschillende instellingen moeten beter. Om die problemen aan te pakken wil de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) de jeugdzorg anders gaan organiseren. De grote steden zouden verantwoordelijk moeten worden in plaats van de provincies.

De vraag is of de problemen veroorzaakt worden door het feit dat de regierol bij de provincies ligt en niet bij de grote steden of eerder door capaciteitsproblemen en onvoldoende budget bij bestaande instellingen. Zou het bovendien verstandig zijn om zo snel nadat besloten is de regierol bij de provincies neer te leggen, weer een organisatieverandering door te voeren?

Het belang van het kind moet uitgangspunt zijn voor de jeugdzorgorganisatie. Dat klinkt simpel, maar het is wel essentieel. Daarvan uitgaande kan het best zo zijn dat de jeugdzorg in de grote steden het beste door die grote steden wordt geregeld, maar dat buiten de grote steden de provincie beter de regierol kan vervullen. Zo'n situatie zien we trouwens bij meer overheidstaken dan alleen de jeugdzorg.

We zijn echter in ons land nog niet zover dat we stadsprovincies of provincievrije steden hebben. Of we daar naartoe moeten is één van de vragen waar een commissie onder leiding van oud-premier Kok antwoord op gaat geven. Het lijkt me verstandiger om eerst de uitkomst van die discussie af te wachten, zeker ook omdat de jeugdzorg net gereorganiseerd is. Het VNG-standpunt om de jeugdzorg bij de provincies weg te halen, past in het streven van de VNG om het takenpakket van de provincies drastisch te beperken. De VNG wekt daarbij, zoals vaker, de indruk dat de situatie in de Randstad, waar de grote steden en de provincies elkaar regelmatig in het vaarwater zitten, maatgevend is voor het hele land.

Jhr mr K.F.H. Schorer is burgemeester van Renswoude. E-mail: burgemeester@renswoude.nl

Copyright (c) 2006 Het Financieele Dagblad


TERUG NAAR: Artikelkeus OF INTRODUCTIEPAGINA