Publicatiedatum: 23-3-2006

In kleine gemeenten meer stemmers

HUGO SCHORER

De gemeenteraadsverkiezingen zijn achter de rug. Tijd voor analyses en commentaren. Daarin lees je maar weinig over de opkomstpercentages. Toch laten die interessante zaken zien.

Zo bestaat er al jaren een duidelijke relatie tussen opkomst en gemeentegrootte. Gemiddeld genomen zien we een hogere opkomst naarmate de gemeente minder inwoners heeft. Ook bij deze verkiezingen was dit het geval. Van de 49 gemeenten met een opkomstpercentage van 70 procent of meer, hebben er 46 minder dan 25.000 inwoners. In acht gemeenten was de opkomst daarentegen 50 procent of minder. Van die acht gemeenten hebben er vijf meer dan honderdduizend inwoners. Bijna 1,4 miljoen inwoners worden de komende vier jaar bestuurd door een gemeentebestuur dat niet door een meerderheid van de kiesgerechtigden is gekozen.

In de grote steden zien we een ander beeld. Daar is na jaren een einde gekomen aan de steeds maar dalende opkomstcijfers en zijn meer mensen gaan stemmen dan bij de vorige gemeenteraadsverkiezingen vier jaar geleden. In 2002 zaten alle grote steden behalve Rotterdam ver onder de 50 procent opkomst. Nu blijft alleen in Den Haag nog meer dan de helft van de kiezers thuis. De meest gehoorde verklaring voor deze hernieuwde belangstelling is dat ook veel allochtone inwoners zijn gaan stemmen.

Hoe is de relatie tussen opkomst en gemeentegrootte te verklaren? Een simpele redenering is dat in de kleinere gemeenten vooral onze brave landgenoten wonen, die stemmen als één van hun burgerplichten beschouwen en gewoontegetrouw de gang naar de stembus maken.

Dat zal best een deel van het verhaal zijn. Wat ongetwijfeld ook meespeelt is de kleine afstand tussen bestuur en inwoner. Dat vergroot de belangstelling voor het bestuur. De inwoner is bij zijn bestuur betrokken en wil graag invloed uitoefenen op de samenstelling daarvan.

In de steden is die afstand veel groter. Maar weinig kiezers die in onderzoeken geďnterviewd werden, konden de naam van een raadslid of een wethouder noemen. De meesten kwamen niet verder dan de naam van de burgemeester.

Bestuurlijke maatregelen die de afstand vergroten tussen inwoner en bestuur hebben een negatief effect op de opkomstpercentages. Zo zie je de opkomst vaak drastisch teruglopen na een gemeentelijke herindeling, waarbij kleine gemeenten samengevoegd worden. Dit heeft ook te maken met het feit dat de verkiezingen na een herindeling vaak niet samenvallen met de landelijke gemeenteraadsverkiezingen. Na verloop van tijd trekt de opkomst weer bij, maar de hoge opkomstcijfers van voor de herindeling komen niet meer terug.

Sommige commentatoren maken zich weinig zorgen over de lage opkomst in de steden. Hun stelling is: de kiezers die thuis blijven zijn kennelijk tevreden met het gemeentebestuur. Waarschijnlijker lijkt me dat deze inwoners geen vertrouwen in de politiek hebben, dat ze het lokale bestuur als een anonieme bureaucratie zien en dat ze onvoldoende betrokken zijn.

Wat helpt?

Houd het bestuur dicht bij de burgers door gemeenten alleen samen te voegen als de mensen dat zelf willen.

Breng het bestuur dicht bij de inwoners door de instelling van deelgemeenten, dorps-, wijk- of buurtraden met een bestuur dat de inwoners zélf kunnen kiezen.

Zo'n bestuur moet dan wel iets te vertellen hebben, dus eigen bevoegdheden en een eigen budget. Daarmee kunnen in nauw overleg met de betrokken inwoners kleinschalige projecten in de buurt gerealiseerd worden. Mensen gaan beseffen dat ze invloed kunnen uitoefenen op hun omgeving en dat hun lokale bestuur ertoe doet. Dan zullen ze ook bij verkiezingen hun stem uitbrengen.

Jhr mr K.F.H. Schorer is burgemeester van Renswoude. E-mail: burgemeester@renswoude.nl

Copyright (c) 2006 Het Financieele Dagblad


TERUG NAAR: Artikelkeus OF INTRODUCTIEPAGINA