Publicatiedatum: 9-3-2006

Inboeren verplicht voor 'nurds'

HUGO SCHORER

Sinds kort maken we in Renswoude veel werk van het inboeren. Aanleiding zijn de nieuwe landgoederen die hier als paddestoelen de grond uitrijzen en die alleen door welgestelde stedelingen aangekocht kunnen worden. Deze mensen hebben doorgaans een druk en vermoeiend leven geleid, dat zich in de metropolen van deze wereld heeft afgespeeld.

Dit heeft al tot spanningen geleid tussen onze boeren en deze 'new rural dandies' (nurds). Daarom zijn we met een inboeringscursus gestart. Deelnemers krijgen een pet, laarzen, een overall en een dvd met plattelandsgeluiden. In de cursus wordt aandacht besteed aan de normen en waarden van het platteland, met als belangrijkste waarde het nabuurschap. Gek genoeg hebben de nurds daar nog nooit van gehoord; in de stad hadden ze geen contact met hun buren. In dat verband is onderdeel van de cursus een ochtend helpen op de naburige boerderij, maar dit is geen succes. Ze vergeten hun overall en klagen over vieze kleren; de boeren weten niet welke karweitjes ze aan de nurds moeten vragen, want ze kunnen weinig.

Er zijn al incidenten geweest waarbij een cursist last van zijn rug kreeg omdat hij met een moker wat palen in de grond moest slaan. Bijna brandde een boerderij af omdat een vrouwelijke cursiste de boerencake te lang in de oven had laten staan. De oven had namelijk geen tijdmechanisme, zoals ze gewend was.

Over het algemeen zijn we toch niet ontevreden. Na een week of drie praten de meeste stedelingen niet meer over stank van boerenbedrijven, maar over geurhinder en kunnen zij al heel aardig de geur van kippenmest onderscheiden van die van varkensmest. Ook weten ze dan bijna allemaal het verschil tussen een ree en een hert. De cursisten moeten verplicht om tien uur 's avonds gaan slapen en dan 's ochtend om zes uur stil in bed liggen luisteren en proberen de plattelandsgeluiden thuis te brengen. Behalve de vele vogelgeluiden is dat ook het prettig zoemende geluid van de tractor van de naburige boerderij. Deskundigen leggen uit hoe snel je aan dergelijke geluiden kunt wennen.

Waar de new rural dandies verrassend veel moeite mee hebben is om iedereen die ze in het dorp tegenkomen vriendelijk goeiendag te zeggen, laat staan om even een praatje te maken. Ook aan het eind van de cursus maken ze meestal nog een gehaaste indruk en rijden ze snel weg in hun 4x4, zonder even te zwaaien.

Het onderdeel van de cursus over plattelandsdieren hebben we intussen drastisch moeten vereenvoudigen. Het bleek onbegonnen werk om het verschil tussen pinken, vaarsen, leghennen, broedeieren, mestkuikens en ecokippen bij te brengen.

Waar we mee gezeten hebben is de vraag of we het spreken van het Renswouds dialect verplicht konden stellen. Ik was daar geen voorstander van omdat ik zelf ook moeite heb om het te volgen, laat staan te spreken. Het compromis was dat de grondbeginselen van het Renswouds dialect wel uitgelegd worden, maar dat in de cursus verder gewoon Nederlands gesproken wordt. Wel moeten de cursisten het Renswoudse volkslied uit hun hoofd kennen.

Belangrijk punt was verder wie de cursus moeten volgen. Uiteindelijk hebben we bedacht dat iedereen die een burgerwoning in ons buitengebied koopt en afkomstig is uit een stad van meer dan 100.000 inwoners moet meedoen. We zijn nu contacten aan het leggen met de grote steden om te kijken of de nurds de cursus daar alvast kunnen doen. Dan zijn ze al aardig ingeboerd voordat ze in Renswoude komen. De theorie kan zonder probleem in de stad gegeven worden, maar het daadwerkelijk ruiken van de kippengeur en het luisteren naar plattelandsgeluiden moet echt in Renswoude zelf gebeuren.

Onze cursussen zijn tot 2008 vol geboekt.

Jhr mr K.F.H. Schorer is burgemeester van Renswoude. E-mail: burgemeester@renswoude.nl

Copyright (c) 2006 Het Financieele Dagblad


TERUG NAAR: Artikelkeus OF INTRODUCTIEPAGINA