Publicatiedatum: 6-4-2006

Te druk met spookvergunningen

HUGO SCHORER

Onlangs ontvingen alle burgemeesters een brief van de ministers Pechtold, Bestuurlijke Vernieuwing, en Zalm, FinanciŽn, met adviezen voor het nieuwe college van B en W. Zij zouden vooral veel aandacht moeten besteden aan administratieve lastenvermindering voor burgers. Het kabinet doet daar al heel veel aan, maar het zou goed zijn als ook de gemeenten op dat punt hun steentje zouden bijdragen. Het trof me dat deze brief bij ons binnenkwam net op het moment dat we op grond van Haagse regels druk bezig waren met het opstellen van een spookvergunning voor een burger.

Dat zit zo. Als iemand een agrarisch bedrijf wil beginnen en bijvoorbeeld varkens wil gaan houden, dan kijken wij eerst of het bestemmingsplan de mogelijkheid biedt om te realiseren wat deze burger wil. Alleen op bepaalde plaatsen in het buitengebied mag je namelijk een nieuw agrarisch bedrijf opstarten. Als de betrokkene in een gebied zit waar het niet mag, dan kijken we of we toch aan de wensen van de burger kunnen voldoen door het bestemmingsplan te wijzigen.

Soms is dat niet mogelijk of wenselijk en moeten we betrokkene dus vertellen dat zijn plannen op die plek niet door kunnen gaan. In de hoop dat het misschien toch gaat lukken, kan deze burger bij de gemeente de nodige vergunningen aanvragen. Voor het beginnen van een veehouderijbedrijf heeft hij in ieder geval een vergunning op grond van de Wet milieubeheer nodig, namelijk om de varkens te mogen houden. Daarnaast heeft hij ook een bouwvergunning nodig om een stal voor zijn varkens te kunnen bouwen. In dit geval vroeg de burger alleen een milieuvergunning aan.

Nu komt het spookachtige: op grond van Haagse regels moeten we deze aanvraag voor een milieuvergunning gaan behandelen, hoewel we weten dat betrokkene daar geen varkens zal mogen houden. We mogen de milieuvergunning zelfs niet weigeren. Dat betekent dus dat een milieuadviesbureau de aanvraag opstelt, dat over de aanvraag overleg gevoerd wordt tussen gemeente en adviesbureau, en dat de gemeente een ontwerpvergunning opstelt. Die komt op de agenda van

B en W. Het college stelt de vergunning in ontwerp vast, de ontwerpvergunning wordt gepubliceerd, bedenkingen kunnen worden ingediend, die behandeld moeten worden en uiteindelijk verlenen B en W de vergunning, waarna beroep mogelijk is, et cetera. Om geen verwachtingen bij de aanvrager te wekken, vertellen we hem dat het hier een spookvergunning betreft, waar hij geen gebruik van zal kunnen maken. Want het bestemmingsplan maakt het houden van varkens op die plek niet mogelijk.

Los van het feit dat we hier dus een heleboel werk voor niets zitten te doen en gemeenschapsgeld verspillen, heeft deze Haagse regel nog andere gevolgen. Agrarische bedrijven die reeds beschikken over de nodige milieu- en bouwvergunningen, kunnen ook milieuvergunningen voor uitbreiding van hun bedrijf aanvragen. Als deze uitbreidingsvergunning niet gevolgd wordt door een corresponderende bouwvergunning krijgt de uitbreidingsvergunning ook het karakter van een spookvergunning.

Spookvergunningen hebben harde stankcirkels. Als de gemeente binnen deze stankcirkels woningbouw wil realiseren en daarvoor het bestemmingsplan wil wijzigen, dan loopt de gemeente tegen deze stankcirkels aan. Dat levert op zijn minst een forse vertraging op, want op grond van Haagse regels mogen we zo'n spookvergunning pas na drie jaar intrekken. Daarna kan de gemeente weer verder met aanpassing van het bestemmingsplan. Op die manier kunnen woningbouwplannen van een gemeente flink gefrustreerd worden.

We doen graag mee aan het verminderen van administratieve lasten voor de burgers, maar soms hebben we het even te druk met het verlenen van spookvergunningen.

Jhr mr K.F.H. Schorer is burgemeester van Renswoude.

Copyright (c) 2006 Het Financieele Dagblad


TERUG NAAR: Artikelkeus OF INTRODUCTIEPAGINA