Publicatiedatum: 15-12-2005

Kies voor klein binnen groot

HUGO SCHORER

Onlangs zijn in vijf naburige gemeenten tussentijdse gemeenteraadsverkiezingen gehouden. Die verkiezingen waren nodig omdat Amerongen, Doorn, Driebergen, Leersum en Maarn per 1 januari 2006 worden samengevoegd tot de nieuwe gemeente Utrechtse Heuvelrug met bijna 50.000 inwoners.

De opkomst was met 44 procent veel lager dan de 64 procent die bij de vorige gemeenteraadsverkiezingen in 2002 werd gehaald. Leersum heeft als enige van de vijf gemeenten een referendum onder de bevolking gehouden over de voorgestelde samenvoeging. Toen was de opkomst 60 procent, waarbij 87 procent van het aantal stemmers tegen de samenvoeging was. Het mocht niet baten. Gevolg: een aantal inwoners van Leersum heeft deze keer de oproepingskaart teruggestuurd met de opmerking: 'Er is niet naar ons geluisterd, dus wij gaan ook niet stemmen.'

Interessant is in dat verband het adagium 'klein binnen groot', dat de Raad voor de Maatschappelijke Ontwikkeling (RMO), een adviesorgaan van de regering, heeft geformuleerd. De RMO constateert dat in de (semi-)publieke sector nog blindelings wordt aangesloten bij een industrieel model van efficiency dat grootschaligheid tot norm heeft verheven. Langzaam merken we dat daarmee het tegendeel van efficiency wordt bereikt. Grootschalige bureaucratieën vergroten de afstand tussen organisatie en burger, maar ook tussen medewerkers binnen de organisatie. Dat wakkert geen verantwoordelijkheidsbesef aan en leidt tot anonimiteit.

Het heeft echter geen zin om terug te gaan naar 'small is beautiful'. In plaats van de gebruikelijke tegenstelling tussen groot- en kleinschaligheid roept de RMO op om de onvermijdelijke en vaak ook functionele grootschaligheid zo kleinschalig mogelijk te organiseren. Zorg dat binnen grote organisaties herkenbare eenheden ontstaan. Zie de universiteit van Oxford, even groot als die van Utrecht, maar met zijn 39 'colleges' georganiseerd op basis van klein binnen groot. Hoewel de RMO vooral oog heeft op het onderwijs en de (gezondheids)zorg gaat de redenering ook op voor het openbaar bestuur.

In ons openbaar bestuur is het idee van klein binnen groot nog weinig ontwikkeld. Alleen Amsterdam en Rotterdam kennen stadsdelen, met een eigen bestuur, bevoegdheden en budget. Herkenbaar voor de burger, maar niet onomstreden. In andere steden heb je wijkmanagers of wijkwethouders.

Op het platteland zijn de laatste jaren door herindeling uitgestrekte gemeenten gevormd met soms tientallen verschillende dorpskernen. Daar wordt dan soms gewerkt met dorpsraden. Deze zijn meestal niet gekozen, hebben vaak geen eigen budget en kunnen slechts advies uitbrengen aan de centrale gemeenteraad. Vervolgens is het afwachten wat de raad met het advies doet. Daardoor worden dorpsraden niet altijd even serieus genomen.

Het is zaak dat gemeenten meer aandacht gaan besteden aan kleine herkenbare eenheden die dicht bij de bevolking staan. Dan kan de kloof tussen inwoner en bestuur daadwerkelijk verkleind worden. Eigen bestuur, bevoegdheden en een eigen budget kunnen de herkenbaarheid vergroten. Zeker in gemeenten die samengevoegd worden tegen de zin van de inwoners is het een mogelijkheid om het vertrouwen te herwinnen. Gebeurt dat niet, dan bestaat de kans dat inwoners over enige tijd op de vraag: 'Hoe gaat het met de nieuwe gemeente?', antwoorden: 'Ach, ik volg het niet meer zo, want sinds de herindeling is het voor mijn gevoel mijn gemeente niet meer.'

Dat antwoord kreeg ik te horen van een vroeger wel geïnteresseerde inwoner van een heringedeelde gemeente in de Achterhoek. Voor hem is de nieuwe gemeente nog slechts een dienstverlenende instelling waar je een paspoort of een uitkering haalt, in plaats van de gemeenschap van zelfsturende burgers die Thorbecke voor ogen had.

Jhr mr K.F.H. Schorer is burgemeester van Renswoude. E-mail: burgemeester@renswoude.nl

Copyright (c) 2005 Het Financieele Dagblad


TERUG NAAR: Artikelkeus OF INTRODUCTIEPAGINA